Mijnbouw, landbouw en plantages
In het gebied dat nu onder het Arikok Nationaal Park ressorteert was het vroeger een economische drukte van jewelste. In de hoogtijdagen werd er volop mijnbouw (goud en fosfaat) en landbouw (aloë) bedreven.
Mijnbouw
Op Aruba ontstond een ware goudkoorts nadat een herdersjongen in 1824 goud vond bij Rooi Fluit en Rooi Daimari aan de noordkust. Decennialang duurde de zoektocht naar het goud en bezorgde Aruba een enorme welvaartboost. In eerste instantie werd het makkelijk winbare goud uit de grond gehaald. Later moesten de goudmaatschappijen meer moeite doen om het edele metaal boven de grond te krijgen. Er moesten gaten, putten, liften en schachten gegraven worden.
Aruba telde in die tijd twee goudsmelterijen: de goudsmelterij van Bushiribana en de goudsmelterij van Balashi. In de loop van de tijd zijn er verschillende exploitanten van de goudmijnen en de goudsmelterijen geweest. In sommige tijdvakken was de goudhandel extreem lucratief dan weer waren de kosten hoger dan de baten en moest er geld bij.
De goudindustrie op Aruba vond haar definitieve Waterloo kort na de Eerste Wereldoorlog. De mijnen waren sterk verouderd en er was een gebrek aan dynamiet en grondstoffen om het goud te zuiveren. Na de Tweede Wereldoorlog is nog een (voorlopig) laatste niet succesvolle poging gedaan om de commerciële goudwinning op het Caribische eiland nieuw leven in te blazen.
Restanten van de goudmijnen zijn nog goed te zien bij Miralamar in het Arikok Nationaal Park, Bushiribana aan de noordkust en Balashi bij Spaan Lagoen. De goudsmelterijen zijn vervallen tot betoverende ruïnes en spreken tot de verbeelding bij toeristen die zich even wanen in de tijd van het wilde westen van de goudkoorts op Aruba.
Landbouw
Een deel van het huidige Arikok Nationaal Park was vroeger een belangrijk landbouwgebied, het zogenaamde ‘Cunucu Arikok’. Vroeger woonden de boeren op Aruba en in het hedendaagse park, in kleine lemen huisjes die ‘cas di torto’ werden genoemd. Om de dieren - geiten, schapen en ezels - op gepaste afstand te houden werden er van cactussen natuurlijke afrasteringen gemaakt. In het park is zo’n cas di torto nagebouwd.
Plantages
In het park zijn verschillende plantages (Cunucus), zoals de Prinsplantage en de Fonteinplantage aanwezig. Op deze plantages werd onder andere fruit, groente en aloë verbouwd. Op de Fonteinplantage is een zoetwaterbron aanwezig. Zoet water is uiteraard een essentiële voorwaarde voor het bedrijven van succesvolle landbouw.
Deel deze pagina:
