Facebook Twitter

Goudmijnruïnes

Op Aruba ontstond een ware goudkoorts nadat een herdersjongen in 1824 goud vond bij Rooi Fluit en Rooi Daimari aan de noordkust. Decennialang duurde de zoektocht naar het goud en bezorgde Aruba een enorme welvaartboost. In eerste instantie werd het makkelijk winbare goud uit de grond gehaald. Later moesten de goudmaatschappijen meer moeite doen om het edele metaal boven de grond te krijgen. Er moesten gaten, putten, liften en schachten gegraven worden.

Aruba telde in die tijd twee goudsmelterijen: de goudsmelterij van Bushiribana en de goudsmelterij van Balashi. In de loop van de tijd zijn er verschillende exploitanten van de goudmijnen en de goudsmelterijen geweest. In sommige tijdvakken was de goudhandel extreem lucratief dan weer waren de kosten hoger dan de baten en moest er geld bij.

De goudindustrie op Aruba vond haar definitieve Waterloo kort na de Eerste Wereldoorlog. De mijnen waren sterk verouderd en er was een gebrek aan dynamiet en grondstoffen om het goud te zuiveren. Na de Tweede Wereldoorlog is nog een (voorlopig) laatste niet succesvolle poging gedaan om de commerciële goudwinning op het Caribische eiland nieuw leven in te blazen.

De goudsmelterijen zijn vervallen tot betoverende ruïnes en spreken tot verbeelding bij toeristen die zich even wanen in de tijd van het wilde westen van de goudkoorts op Aruba.

Beroemde goudmijnruïnes

Restanten van de goudmijnen

Restanten van de goudmijnen zijn nog goed te zien bij Miralamar in het Arikok Nationaal Park, Bushiribana aan de noordkust en Balashi bij Spaan Lagoen.

Restanten van de Bushiribana goudsmelterij

De goudsmelterij van Bushiribana dateert van 1872 en was de eerste van Aruba. Nadat de goudsmelterij van Balashi de taken overnam van Bushiribana raakte de smelterij in verval. Nu is het een betoverende ruïne die tot de verbeelding spreekt bij toeristen die zich even wanen in de tijd van het wilde westen van de goudkoorts op Aruba.

Restanten van de Balashi goudsmelterij

De goudsmelterij van Balashi is in gebruik geweest van 1900 tot 1916. Bij de ruïnes zijn nog resten te zien van ketels, zuiveringskuipen, vuurovens en de pletmolen. Doordat de ruïnes weinig prioriteit hebben bij de Arubaanse overheid worden de restanten niet voorzien van informatiebordjes en raken ze bovendien steeds verder in verval.